In Japan heten de jaren rond de menopauze kōnenki (更年期). Het woord zegt iets over hoe je naar deze periode kunt kijken, en onderzoek dat Japan vergeleek met Noord-Amerika heeft veranderd hoe wetenschappers over overgangsklachten denken.
Wat het woord betekent
Kōnenki bestaat uit drie tekens: 更 (vernieuwing of verandering), 年 (jaren) en 期 (een periode). Onderzoekers vertalen het meestal vrij als een seizoen van vernieuwing. Het laatste teken zit ook in shishunki (思春期), het Japanse woord voor puberteit. Beide beschrijven een reeks jaren waarin het lichaam verandert, niet één gebeurtenis.
Voor de laatste menstruatie zelf is er een apart woord, heikei (閉経). Waar we in het Nederlands "de overgang" en "de menopauze" vaak door elkaar gebruiken, maakt het Japans een duidelijk onderscheid tussen het moment en de jaren eromheen.
Wat onderzoekers vonden
In de jaren tachtig en negentig ondervroeg de Canadese antropoloog Margaret Lock meer dan 1.200 Japanse vrouwen van 45 tot 55 jaar en vergeleek hen met meer dan 8.000 vrouwen in Massachusetts en 1.300 in Manitoba, Canada. Japanse vrouwen meldden duidelijk minder vaak opvliegers en nachtzweten. Vrouwen die wel een klacht noemden, noemden vaker stijve schouders of hoofdpijn. Lock publiceerde haar bevindingen in haar boek Encounters with Aging en in 1998 in het tijdschrift Psychosomatic Medicine.
De antropoloog Melissa Melby onderzoekt dezelfde vraag al bijna dertig jaar. Lock merkte op dat het Japans drie woorden heeft voor verschillende soorten warmte, en Melby onderzocht hoe die verschillen in timing en gevoel. Volgens Melby onderschat ons ene woord voor een opvlieger mogelijk hoeveel variatie er in het verschijnsel zit. Ze betoogde ook dat het koud hebben een overgangsklacht kan zijn, een idee dat een tijdschrift eerst afwees.
Waarom het verschil?
Er is geen enkel antwoord. De verklaringen die onderzoekers bespreken zijn onder andere:
- Taal. Heb je geen gangbaar woord voor een gevoel, dan merk je het misschien anders op, en vul je het minder snel in bij een vragenlijst.
- Verwachtingen. Als een periode wordt gezien als een normale aanpassing, zoals de puberteit, ervaren en beschrijven vrouwen die mogelijk anders dan wanneer die wordt gezien als een medische aandoening.
- Voeding. In de traditionele Japanse keuken zitten meer soja en vis. Melby en collega's vonden dat ongeveer twee porties sojavoeding per dag samenhingen met minder en mildere opvliegers. Dat is een verband, geen bewijs, en onderzoek met sojasupplementen heeft geen duidelijk effect laten zien. De NHG-Standaard raadt ze niet aan.
- Medische zorg. Japanse vrouwen gebruiken minder hormoontherapie, en artsen en patiënten praten op een andere manier over klachten.
Melby denkt niet dat erfelijkheid veel verklaart. Het beeld verandert ook: voeding en leefstijl in Japan zijn westerser geworden, en jongere generaties ervaren deze periode misschien anders dan de vrouwen die Lock sprak.
Wat wij eruit halen
Het onderzoek laat niet zien dat het ene land de overgang beter doet. Het laat wel zien dat de ervaring door meer wordt bepaald dan alleen hormonen: door woorden, verwachtingen, eten en hoe we met artsen praten.
Daar volgen twee praktische dingen uit. Beschrijf wat je voelt in je eigen woorden, ook klachten die niet op de gebruikelijke lijstjes staan. Een klachtendagboek helpt daarbij. En deze periode zien als een tijd van verandering betekent niet dat je klachten moet accepteren waar je last van hebt. Onze gids legt uit wat helpt en wanneer je naar de huisarts gaat.
Bronnen
- Lock M. Menopause: lessons from anthropology. Psychosomatic Medicine, 1998;60(4):410–419.
- Lock M. Encounters with Aging: Mythologies of Menopause in Japan and North America. University of California Press, 1993.
- ScienceDaily, Menopause affects Japanese women less than Westerners (1998).
- University of Delaware, Menopause myths debunked: Melissa Melby (2025).
- NHG-Standaard De overgang (2022).



